Mijn marathon debuut, de marathon van Rotterdam

Zaterdag 14 april vertrokken Andrea, haar man Wim en ik voor de eerste keer in het weekend naar Rotterdam om onze startnummers voor de marathon op te halen. Na nog  wat rondgelopen te hebben op de expo, waar ik een mooi shirt heb gekocht en wat gelsnoepjes met cola smaak,vervolgens weer naar huis. We moesten uitrusten, goed eten en ons voorbereiden op de dag van morgen.
Zaterdagavond mijn tas in orde gemaakt, verschillende setjes hardloopkleding in de tas in verband met het weer. Gezien de weersvoorspelling zou ik gaan lopen in een driekwartbroek, een thermosshirt met lange mouwen en een shirt met korte mouwen eroverheen. Maar voor hetzelfde geldt was het weer heel anders en kon ik kiezen wat aan te trekken.

Zondagochtend gaat om 6.00 uur de wekker, zodat we alle tijd hebben om op tijd weg te gaan. Op het allerlaatste ogenblik heb ik nog de foto van mijn zusje in mijn waterrugzak gedaan, tenslotte loop ik deze loop voor haar! Zij zal mij op deze wijze vergezellen tijdens het lopen!
We zijn op tijd bij Andrea, Marloes met de vouwfiets en ik. De man van Andrea brengt ons naar het station en dan begint het avontuur. Verschillende bekenden komen we tegen, in de trein tref ik Bertus aan. De trein naar Rotterdam vanaf Utrecht was een groot drama, weer eens een slechte logistiek van de NS.

In Rotterdam neem ik op het station al afscheid van Marloes, zij gaat op de fiets naar het 10 km punt. Andrea en ik begeven ons naar de omkleedgelegenheid en zodra we allebei klaar zijn gaan we op zoek naar ons startvak. Vanaf 10.15 uur staan we in het startvak, vlak voor de start van mijn marathondebuut. De laatste drie maanden heb ik hard getraind, veel kilometers samen met Andrea gemaakt en soms alleen. Ik was er klaar voor en het belangrijkste ik had er zin in! In het startvak zie ik Rinus staan en daar nog even mee staan praten.
De hele week had ik het liedje van Lee Towers in mijn hoofd : You never walk alone.

Dat het liedje zo waar blijkt te zijn……. daarover later meer.

Opeens horen we hem zingen, zien we een stipje in een groen bakje en voor de eerste keer die dag schiet ik vol. Ik ben niet eens in staat om mee te lallen, bang om in tranen uit te barsten. Opeens komt er beweging in het startvak en daar gaan we. De eerste kilometers lopen Andrea en ik samen en opeens op de Erasmusbrug ben ik haar kwijt. Na een paar keer gekeken te hebben of ik haar nog kan vinden en ik haar nergens meer zie, besluit ik mijn eigen race te gaan lopen. De eerste paar kilometers loop ik achter de groep van pacer Rinus aan, de groep van de 4.30 uur. Zodra zij wat gaan drinken bij de eerste drankpost loop ik alleen verder. Ik loop lekker, ik loop in een tempo waar ik me prettig bij voel en opeens staat daar Marloes.

Ik loop naar haar toe en doe bij haar mijn thermoshirt uit, omdat ik het zo verschrikkelijk warm heb.

Al weglopende voel ik dat het toch wel erg fris is, maar toch loop  ik door. Bij de eerste drankpost neem ik een bekertje water aan en dat gaat het mis, al het water klettert over me heen en ik ben drijfnat. Zo tegen de wind in begin ik het mede daardoor heel erg koud te krijgen.

Op een gegeven moment zie ik Kitty lopen samen met Ans en na een klein kletsje loop ik verder.

De kilometers gaan verder en ik loop naar mijn idee lekker. Tussen kilometer 21 en 22 neem ik een gelletje en dan gaat het helemaal mis. Het gelletje valt kennelijk verkeerd en ik ben plotseling kotsmisselijk. Ik word in die mate misselijk dat ik bijna geen stap meer kan verzetten.  Even denk ik dat het wel zal zakken, misschien zit er een boertje overdwars, maar niets is minder waar. Steeds vaker moet ik gaan lopen om het pijnlijke gevoel te laten zakken en opeens loopt daar de groep van 4.30 onder aanvoering van Rinus weer voorbij. Ik begin er vreselijk de pest in te krijgen en loop te strijden tegen mezelf en tegen mijn gevoel van teleurstelling. Hier heb ik toch niet al die tijd voor getraind, ik wilde graag onder de 4.30 uur eindigen.

Heel even flitst het door mijn hoofd: “Ik stap uit, dit heeft geen zin en hier is driemaal niets aan”.  En dan opeens denk ik aan mijn zusje, zij heeft het zwaar gehad tijdens haar ziekte en zij heeft doorgezet. Nu heb ik het zwaar en zal ik doorzetten! In deze geldt voor mij: Opgeven is geen optie! 

Iets voorbij het 30 km punt staan Rob en Margriet en Rob haakt bij me aan. De kilometertijden lopen steeds meer op en ik baal verschrikkelijk. Rob heeft al het vertrouwen erin dat ik in ieder geval onder de 5 uur zal finishen en daar ga ik dan maar vanuit.

Rob heeft mij door de moeilijke momenten geloosd en is bij me gebleven tot aan de finish. Rob, heel erg bedankt hiervoor!

De kilometers gaan langzaam voorbij en opeens zie ik Marloes weer staan. Ik zeg haar dat ik zo ontzettend misselijk ben en zij vraagt of ik uit wil stappen. Dat is natuurlijk met nog ruim 2 km te gaan totaal geen optie en langzaam dribbel en wandel ik verder. Om mij heen zie ik heel veel mensen wandelen en stilstaan en dan opeens draaien we de Coolsingel op . Als ik Rob hoor zeggen nog een paar honderd meter, krijg ik vleugeltjes. Ik pak de hand van Rob en zet een eindsprintje in. Zo kom ik op mijn horloge in 4.52 uur over de finish.

Ik neem afscheid van Rob en ga op zoek naar de uitgang. Daar zie ik Marloes staan en schiet ik weer vol. Ik voel me teleurgesteld en ik voel me blij en verdrietig tegelijk. Voor mijn zusje heb ik gelopen en voor haar heb ik hem uitgelopen. Maar wat voelt het verdrietig dat zij er niet staat, terwijl ze er zo graag bij wilde zijn toen ze hoorde dat ik hem voor haar ging lopen.

 

 

 

 

 

 

 

Mijn marathon debuut had ik heel anders voorgesteld!! Nog steeds voel ik me redelijk teleurgesteld en dat gevoel zal even moeten slijten.

Voor mezelf kan ik een aantal oorzaken aanwijzen waardoor het zo gelopen is, maar daar zal ik niemand mee vervelen!

Over mijn volgende marathon ga ik eens rustig nadenken!

Posted in Hardloopbelevenissen | 9 Comments